Speeltuin Klein Zwitserland te Tegelen


Tegelen, de jaren '50. Daar, in die tijd, ben ik geboren en opgegroeid. In 1963 zijn wij naar Venlo verhuisd. Terugkijkend blijkt mijn dierbaar oord vijftig jaar terug
in de tijd te liggen.

Was die tijd beter? Ik weet het niet; in elk geval overzichtelijker, minder hectisch en als kind
waren wij in elk geval eerder tevreden. Reizen was in die tijd maar voor een handjevol mensen
weggelegd; voor ons gezin (pap en mam met acht kinderen) was een fietstocht naar Venlo, of een uitstapje naar het bos al heel bijzonder. Maar de fijnste herinneringen liggen toch bij die paar keer dat wij met het hele gezin naar speeltuin Klein Zwitserland in Tegelen 'op de Hei' zijn gegaan.

In mijn geheugen zit een film van een fietstocht waarbij wij vanaf de Kaldenkerkerweg linksaf richting bos gingen. We fietsten langs een smal spoor waarop kleine treintjes reden met kiepkarretjes vol klei. Net in het bos, bij een splitsing met een oorlogsmonument, gingen we linksaf; en dan lag recht voor je de ingang naar de speeltuin.

De entree was al spannend, je ging immers een met bomen en struiken overwoekerd, donker pad tussen heuvels door, dat naar iets geheimzinnigs leidde. Je kwam langs een klein, houten keetje: de kassa. Als kind ervoer ik de kassa als iets officieels, er straalde een soort gezag van uit: mogen wij er wel in? De entree moest voor pap en mam een rib uit hun lijf hebben betekend, want breed hadden wij het niet. Achteraf besef je nog sterker dat het  voor hen pijnlijk moet zijn geweest dat je al naar de snoepkraam links boven op de berg wijst, terwijl je amper binnen bent. Maar een kind liet zich ook in die tijd vlug afleiden.

Je maakte er een wedstrijd van om als eerste op het plateau te zijn, waar de open, houten huisjes stonden. De familie die zo'n huisje het eerst veroverd had, door er pontificaal de tassen met broodjes etc. te deponeren, kon het voor de rest van de dag als 'hun huis' claimen. Je
moest echter eerst eindeloos veel trappen opklimmen om op het plateau te komen waar behalve de familiehuisjes een Hobbelende Geit, schuitjes, een loopton en diverse kleinere draaitoestellen stonden.

In het begin beperkte je de ontdekkingstocht tot de speeltoestellen op dat plateau, inderdaad in het zicht van pap en mam. Het was al een hele stap om in de Hobbelende Geit te durven. Eerst had je nog geen lef, vervolgens durfde je wel maar dan nog helemaal onderin waar je de op-en-neer gaande beweging amper voelde, om later, heel stoer, bovenin en ook nog met losse handen, te eindigen.
Als je die cyclus had doorlopen was je er klaar voor om naar een ander plateau, weg van 'ons huisje', te durven gaan. Spannend bleef het. Je ging immers trappen af en trappen op. Maar regelmatig meldde je je weer bij het thuishonk, want daar werden immers broodjes
verdeeld en kon je de dorst lessen met de heerlijk prikkelende gele of rode Exota limonade.

Klein Zwitserland ervoer je als oneindig groot; elk van de plateaus had wel iets spannends te bieden. Speeltoestellen waar je als kind naar toe moest groeien. Het verlaten van het gedeelte met de Hobbelende Geit betekende niet dat je overal op of in durfde. Nee hoor, in het dal had je héél hoge schommels, een lange Amerikaanse schommel en als ultieme uitdaging had je daar de katrollen, die je met beide vuistjes moest vastgrijpen om je dan in het diepe te storten.

Op het hoogste plateau van de speeltuin had je de uitdaging van de lange glijbaan. Het was al een hele stap om je voor de eerste keer op het rafelige, rieten matje naar beneden te laten glijden, om uiteindelijk je stoerheid te bewijzen door op je buik liggend met het hoofd naar voren, naar beneden te suizen.

Het waren oneindig lange dagen in een avontuurlijke omgeving, waar je voor mijn gevoel kon verdwalen. De kans was groot dat de vraag naar een ijsje zo vaak met 'misschien' of 'straks' was beantwoord, dat je zonder ijsje gehad te hebben weer met vermoeide beentjes naar huis fietste. En tóch, terugkijkend, liggen daar héél dierbare herinneringen; de herinnering van het houten huisje met pap en mam als vast honk, de herinnering van de overwinning op jezelf door het onbekende terrein te gaan verkennen en je angstgrenzen langzaam te verleggen.

Zelf was ik te jong om in die tijd al iets spannends te ervaren door met andere ogen naar meisjes te kijken, dat waren voor mij gewoon speelkameraadjes. Voor mijn oudere broers en zussen moet dat anders zijn geweest. Maar voor mij was het 'vreejerspaedje' dat twee plateaus met elkaar verbond, gewoon een heel eng paadje.

Dat mij de plek echt dierbaar is heb ik een vijftiental jaar geleden gevoeld. Een bezoek aan de speeltuin met twee kinderen van een bevriend stel (zelf hebben wij helaas geen kinderen) was voor mij een déjà vu, een gevoel van terug willen keren, een gevoel van dit mag nooit verloren gaan!

3e plaats Dierbaar Oord

Geschreven door: Hub Janssen

hubjanssen_dierbaaroord_w300.jpg
Naar de andere winnende Dierbaaroord-verhalen:
  1. Het oorlogsmonument Op de Bos in Roggel
  2. De Schipperskerk
  3. Speeltuin Klein Zwitserland te Tegelen
  4. De Piepert te Eys
  5. Quabeek te Bingelrade
Naar de homepagina van Dierbaaroord
Home

BV Limburg
BV Limburg is... | Founding Fathers | Bestuur & medewerkers | Campagne | Vacatures | Word lid!

Nieuwsbrief

Webshop

Producten
Alle producten | Anamorfose | Lichtspektakels | Literair Limburg | Zicht op Maastricht | L11 Alaaf | Mergel Urn | Canon van Limburg | LIMBVRG kleedt aan | Batteraaf | Limburgs DOEboek | Literair Limburg | Dutch Design Desk | Daar is mijn vaderland | De Cave Experience | De Gouden Peelhelm | De schat van Ambiorix | Klankatlas | Brabbelbox | Archief

Contact

Copyright, Disclaimer & Colofon